Raadsleden & Veiligheid

Partners

Wetsvoorstel 'Bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur' naar Tweede Kamer

25-09-2020

Als het aan de minister van Binnenlandse Zaken ligt, zal de raad in de toekomst geen bekrachtiging meer doen van stukken die door college en burgemeester als vertrouwelijk naar de raad zijn verzonden. De gemeenteraad blijft wel bevoegd om deze geheimhouding op te heffen. Dit staat in het wetsvoorstel 'Bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur', dat naar de Tweede Kamer is gezonden. De minister wil hiermee de procedure rondom geheimhouding vereenvoudigen.

Geheimhouding eenzijdig opgelegd

In de huidige wetgeving dient de raad bij het ontvangen van vertrouwelijke stukken, deze vertrouwelijkheid te bekrachtigen. Indien de raad niet besluit tot bekrachtiging, is de geheimhouding opgeheven. In het voorstel van de minister is deze bekrachtiging door de raad niet meer nodig. De raad kan de bekrachtiging alleen nog opheffen.

Transparantie

De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden heeft in een reactie op de consultatie eerder dit jaar aangegeven, dat bekrachtiging van geheimhouding door de raad past bij de positie van hoogste bestuursorgaan. De raad kan hierbij een andere afweging maken, dan college en burgemeester doen. Daarbij draagt bekrachtiging door de raad bij aan de transparantie van besluitvorming. De bekrachtiging op zichzelf is onderdeel van een openbare beraadslaging en stemming door de raad.

Drie maanden straf

De minister stelt tevens voor dat bij schending van geheimhouding door een individueel raadslid, de raad kan bepalen dat dit raadslid 3 maanden geen vertrouwelijke informatie ontvangt. De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden is van mening dat dit op gespannen voet staat met het recht op informatie van elk raadslid.

Bij schending van geheimhouding kent het Wetboek van strafrecht reeds de mogelijkheid voor het opleggen van een strafmaatregel bij schending van geheimhouding. Bij een oordeel van de raad ligt het opleggen van een sanctie op politieke gronden op de loer, los van de vraag of een dergelijke straf ook gerechtvaardigd is.

WOB
De minister is geen voorstander van dat raadsleden via de Wet Openbaarheid van Bestuur afdwingen dat geheimhouding wordt opgeheven. Deze mogelijkheid bestaat naar aanleiding van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarin is geoordeeld dat een verzoek tot openbaarmaking van informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust, tevens opgevat dient te worden als een verzoek tot opheffing van de geheimhouding.

Via de Wet Openbaarheid van Bestuur bestaat zo de mogelijkheid om geheimhouding te omzeilen. Deze weg staat ook voor raadsleden open. In de praktijk komt het voor dat raadsleden via de WOB informatie proberen te krijgen. Het gaat hierbij om informatie die via de reguliere weg niet aan de raad beschikbaar wordt gesteld door het college, ook niet nadat raadsleden hierom hebben gevraagd. De WOB wordt door raadsleden niet gebruikt om geheimhouding van stukken die al bij de raad liggen te regelen.

Meer informatie