Raadsleden & Veiligheid

Invloed op politie

Nederland kent één nationale politie welke verdeeld is in 10 regionale eenheden. Voor elk van de 10 regionale eenheden is één regioburgemeester aangewezen die de regio vertegenwoordigd in het zogenaamde artikel 19 overleg met de politie. In dit overleg wordt voornamelijk het beheer van de politie besproken.

Over het algemeen is de invloed van raadsleden op de politie beperkt, aangezien de gemeenteraad de politie niet aanstuurt. Dat doet de burgemeester. Wel bepaalt de gemeenteraad de kaders die leidend zijn voor het handelen van de burgemeester in de richting van de politie.

Integraal Veiligheidsplan

De gemeente heeft de regie op het lokale integrale veiligheidsbeleid. Om de sturing op de politie zo groot mogelijk te krijgen dient de gemeenteraad direct betrokken te zijn bij de totstandkoming van het lokale integrale veiligheidsplan (IVP) waarin de prioriteiten van de gemeente staan. Deze prioriteiten moeten met de politie worden afgestemd voor committent.

De praktijk leert dat gemeentelijke veiligheidsplannen (met een looptijd van vier jaar) in beperkte mate aangeven wat een gemeente verlangt van politie. Om de lokale wensen ten aanzien van politie kenbaar te maken is in veel gemeenten dus meer nodig dan de integrale veiligheidsplannen (die vaak een looptijd kennen van vier jaar). De concrete vertaling van het IVP kan plaatsvinden in een jaaruitvoeringsplan (JUP). In dit jaaruitvoeringsplan kunnen de afspraken tussen de gemeenten, de politie en de andere veiligheidspartners nader worden uitgewerkt.

De raad kan de afspraken die in de JUP staan jaarlijks monitoren. Daartoe kan de raad de politie minimaal een keer per jaar ter verantwoording roepen. De politiechef kan in de gemeenteraad dan uitleg geven over de politie-inzet van het afgelopen jaar.

Praktijkvoorbeeld

Lokale Driehoek

Elke gemeente kent een lokale driehoek of bovenlokale driehoek waar de burgemeester(s), de politiechef en de officier van justitie zitting in hebben. Hier wordt afgestemd wat de politie gaat doen. De politie dient daarbij de lokale prioriteiten van de gemeente in ogenschouw te nemen, maar heeft ook en opsporingstaak ten aanzien van de officier van justitie van het Openbaar Ministerie.

Daarnaast kent de politie ook landelijke prioriteiten waar zij uitvoering aan moeten geven. Kortom, de politie wordt vanuit verschillende kanten aangestuurd. De gemeente heeft dus niet het alleenrecht op politie-inzet.

De Politiewet 2012 draagt het driehoeksoverleg op om afspraken te maken over de lokale prioriteiten en criminaliteitsbestrijding. Als een gemeente kampt met bijvoorbeeld problemen die worden veroorzaakt door (zware) criminaliteit dan kan dat door de burgemeester dus aan de orde gesteld worden in het driehoeksoverleg.

De gemeenteraad kan de burgemeester daartoe aansporen. Voor de dagelijkse aansturing van de politie kan de Raad de burgemeester wensen meegeven die de burgemeester in de lokale driehoek aan de orde kan stellen. De burgemeester is daarmee de intermediair voor de raad voor sturing op de politie. De burgemeester kan hiervoor ter verantwoording worden geroepen.

Regionaal Beleidsplan

Regionaal heeft de raad invloed op het Regionaal (politie) Beleidsplan. Eén keer in de vier jaar wordt een Regionaal Beleidsplan opgesteld. De gemeente zendt hiervoor haar lokale prioriteiten (die door de raad zijn vastgesteld) door aan de regio. De prioriteiten van alle gemeenten wegen mee bij het vaststellen van het Regionaal Beleidsplan.

De burgemeesters van de gemeenten in het gebied waarin de regionale eenheid de politietaak uitvoert en de hoofdofficier van justitie stellen het plan vast, mits de minister van Veiligheid en Justitie vindt dat het plan voldoende recht doet aan de landelijke beleidsdoelstellingen. Het Regionaal Beleidsplan wordt ter instemming teruggelegd aan alle gemeenteraden. U kunt hier dus nog wat (in beperkte mate) van vinden en wensen meegeven aan de burgemeester.

Concrete tips en aandachtspunten

  • Bestudeer de Politiewet 2012, met bijzondere aandacht voor wettelijke bepalingen die aangrijpingspunten bieden voor lokale sturing.
  • Zorg dat u specifieke prioriteiten formuleert voor het functioneren van de politie in uw gemeente. De vraag wat u wilt dat de politie doet en presteert, is nog wat anders dan de doelstellingen in uw integrale of bestuurlijke veiligheidsplan.
  • Organiseer samen met de lokale politie één of enkele thematische raadsvergaderingen per jaar. Dit heeft alleen effect als het goed wordt voorbereid en er over concrete zaken wordt gesproken, mogelijk (mede) op basis van uitgevoerde criminologische analyses.
  • Zorg dat alle openbare stukken van relevante vormen van politieoverleg – via de griffie – naar u toe worden gestuurd.
  • Zorg dat u de lokale prioriteiten voor politiewerk in uw gemeente kort na de gemeenteraadsverkiezingen op orde heeft. Er ontstaat een politiële beleidsplancyclus van vier jaar. Er zijn tussentijdse aanpassingen mogelijk, maar mis niet uw kans op invloed bij vaststelling van het vierjaarlijkse plan.
  • Bereid uw bijdrage voor de vierjaarlijkse politieplannen (landelijk, regionaal) niet alleen voor in de hectische politieke periode na de gemeenteraadsvergadering. Zorg dat u hier door de jaren heen naartoe werkt: met werkbezoeken en bijvoorbeeld door onderzoek te laten doen naar vormen van criminaliteit en overlast in uw gemeente.
  • In het driehoeksoverleg worden afspraken gemaakt over de lokale prioriteiten en criminaliteitsbestrijding. Zorg dat deze prioriteiten en afspraken op papier worden gezet en dat een concepttekst daarvan in uw gemeenteraad wordt besproken.
  • De Politiewet 2012 regelt dat er een politieel beleidsplan voor de regionale eenheid wordt opgesteld. Zorg dat op het niveau van het meest lokale driehoeksoverleg (in grote gemeenten zit één burgemeester aan tafel, maar vaak betreft het een driehoeksoverleg met meerdere burgemeesters) ook een beleidsplan wordt opgesteld en jaarlijks wordt geëvalueerd. Of denk er in elk over na of u dit wenst en op welke wijze uw gemeenteraad daarbij inspraak krijgt. Benut de uitkomsten van de Gebiedsscan Criminaliteit&Overlast en van andere analyses van de lokale criminaliteit en overlast, bij de politieke debatten over de prioriteiten van de politie in uw gemeente.
  • Vraag om een helder overzicht van de sterkteverdeling in uw regionale eenheid en binnen het zogenoemde robuuste basisteam op het grondgebied van uw gemeente. Wees alert op de beschikbare operationele sterkte. Accepteer geen sterkteoverzichten die niet vallen te begrijpen voor een raadslid of burger.
  • Zijn er vormen van georganiseerde misdaad die volgens u aangepakt moeten worden? Agendeer dit bij de burgemeester en langs deze weg voor het driehoeksoverleg.
  • Leg werkbezoeken af met de raadscommissie of raadsfractie aan de lokale politie. Aangekondigd, maar ook onaangekondigd.
  • Leg werkbezoeken af aan ‘laaggeplaatste’ politiefunctionarissen, omdat zij vaak/eerder een verhaal vertellen zonder politiek te bedrijven. Het levert straatinformatie op die een raadslid kan ‘plaatsen’ en vertalen. Het kan ook zeer nuttig zijn om juist eens een nachtdienst bij politie mee te draaien.
  • Blijf ‘gewoon’ raadsvragen stellen over politiegerelateerde gebeurtenissen en bezie of beleidsmatige consequenties nodig zijn.

Meer informatie

veiligheid-en-politiek/sturen-op-politie(308,45)
veiligheid-en-politiek/sturen-op-toezicht-en-handhaving(555,173)
veiligheid-en-politiek/sturen-op-de-veiligheidsregio(475,16)
veiligheid-en-politiek/sturen-op-brandweer(780,155)
veiligheid-en-politiek/sturen-op-zorgpartners(737,15)
veiligheid-en-politiek/invloed-op-burgemeester(308,181)